Vogondische poŽzie
De vogondische poŽzie is natuurlijk nog maar de op twee na ergste in het universum. De op een na ergste is die van Azagothen van Kria. Tijdens een voordracht door hun hofdichter Grombius de Winderige van diens gedicht "Ode aan een bonkje groene stopverf dat ik op een midzomermorgen onder mijn oksel vond", bezweken vier van zijn toehoorders aan inwendige bloedingen en wist de voorzitter van de Middengalactische Raad voor de kunstwindhandel het er alleen levend af te brengen door een van zijn eigen benen af te knagen. Naar verluidt was Grombius "teleurgesteld" over de ontvangst van het gedicht, en hij zou juist overgaan tot het voordragen van zijn twaalfdelige heldengedicht "Zen en de kunst van de stoelgang", toen zijn eigen dikke darm in een wanhoopspoging om zichzelf en de mensheid te redden door zijn keel omhoogkronkelde en zijn hersenen in een wurggreep nam. De allerergste poŽzie aller tijden ging te zamen met haar schepper, Jan Anne Gerritsen van der Horst uit Hippolytushoef, ten onder bij de vernietiging vand de planeet aarde.

Het Vogondische gedicht
O, spoenig bromboggertje, zoals gij bedwedert
Fluddert guiterochel in de brij godbetert.
Ik bid u, trakkel vroenzend mijn vervrunzelvormingen,
en bezwalk ook lierend mijn verdravenis.
Want weet, mijn wruts zal schrof zijn
En greilend en kwalmend sluikluimeren, zeker weten!

De engelse versie van die marteling
Oh freddled gruntbuggly, thy miscurations are to me
As plurdled gabbleblotchits on a lurgit bee.
Groop I implore thee, my foonting turlingdromes.
And hooptiously drangle me withcrinkly bindlewurdles,
Or I will rend thee in the gobberwarts with my blurglecruncheon, see if I don't!